België · EU Open Category

Drone regels in België: wat je nodig hebt vóór je opstijgt

Vliegen in de Open Category vraagt vier dingen op orde: een registratie als UAS-operator, de juiste opleiding voor je subcategorie, een gecontroleerde vliegplaats zonder actieve geo-zone, en een toestel dat binnen zijn limieten blijft. Hieronder staat elk punt kort uitgelegd.

1. Registreer je als UAS-operator

De operator is de persoon of het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de drone — vaak jijzelf. Registratie gebeurt bij het Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV). Je operatornummer moet leesbaar op elke drone staan en, waar het toestel het ondersteunt, in het Remote ID-systeem worden ingevuld. De registratie is verplicht voor drones met camera of sensor en voor toestellen vanaf 250 gram.

2. Kies je subcategorie en opleiding

De Open Category kent drie subcategorieën. A1 laat vluchten dicht bij mensen toe met lichte toestellen, A2 vraagt een extra certificaat en een veiligheidsafstand tot omstaanders, en A3 geldt voor zwaardere drones ver van bebouwing. Welke van toepassing is, hangt af van de C-klasse en het gewicht van je drone.

Lees welke subcategorie voor jouw drone geldt of bekijk wat het A2-certificaat inhoudt.

3. Controleer de geo-zones

België publiceert zijn drone-geo-zones op droneguide.be. Sommige zones zijn permanent (luchthavens, militaire terreinen, gevangenissen), andere tijdelijk of alleen op bepaalde uren actief. Een zone die vorige week vrij was, kan vandaag gesloten zijn — controleer daarom per vlucht, op de dag zelf.

Waar een zone een toelating vereist, hoort die toelating bij je vluchtdossier. Bewaar het document zodat je het bij een controle direct kan tonen.

4. Respecteer de operationele basisregels

  • Maximaal 120 meter boven het maaiveld, tenzij een lokale beperking lager ligt.
  • Altijd binnen visueel zichtbereik (VLOS), eventueel met een waarnemer naast je.
  • Nooit boven mensenmassa's, en niet boven onbetrokken personen buiten de toegelaten subcategorie.
  • Bij nacht: een groen flikkerlicht zodat het toestel zichtbaar blijft.
  • Blijf binnen de wind-, temperatuur- en batterijlimieten van de fabrikant.

5. Leg je vluchten vast

Een logboek is je bewijsmateriaal: wie vloog, met welk toestel, waar, onder welke omstandigheden en met welke beslissing. Bij een incident of een vraag van een klant of autoriteit is dat het verschil tussen aantonen en hopen. Altora Hub schrijft die regel automatisch weg na elke missie en exporteert ze als PDF.

Veelgestelde vragen

Moet ik mij registreren om in België met een drone te vliegen?

In de meeste gevallen wel. Wie een drone met camera of sensor gebruikt, of een drone van 250 gram of meer, registreert zich als UAS-operator bij het DGLV. Je krijgt een operatornummer dat zichtbaar op de drone moet staan en in het systeem van de drone wordt ingevoerd.

Heb ik een opleiding nodig?

Voor A1 en A3 volstaat de online opleiding met het A1/A3-examen. Voor A2 heb je daarnaast het bewijs van vakbekwaamheid van een externe piloot op afstand nodig, met een aanvullend theorie-examen.

Waar mag ik niet vliegen?

Boven en rond geo-zones gelden beperkingen of verboden: luchthavens, militaire zones, gevangenissen, natuurgebieden en tijdelijke zones. Controleer elke vlucht vooraf op droneguide.be, want zones veranderen en sommige zijn tijdelijk.

Is een verzekering verplicht?

Reken op ja. Een burgerlijke-aansprakelijkheidsverzekering voor je drone-operaties is in België het uitgangspunt, en verzekeraars vragen doorgaans je operatornummer. Controleer je polisvoorwaarden en de actuele eisen bij het DGLV.

Hoe hoog mag ik vliegen?

In de Open Category maximaal 120 meter boven het maaiveld, altijd binnen zichtbereik (VLOS), en niet boven mensenmassa's. Lagere lokale limieten in een geo-zone gaan vóór.

Zet dit om in een vluchtklare voorbereiding

Altora Hub bundelt je registratie, certificaten, vloot, weer en risicoanalyse tot één GO / CAUTION / NO-GO per vlucht — en houdt je logboek bij. Basisgebruik is gratis.

Start gratis — geen kaart nodig